Anesthesist Gerard Lucassen en orthopeed Simen Hokwerda:

“Zorgen dat een patiënt met zo min mogelijk pijn zo snel mogelijk weer op de been is”

Anesthesist Gerard Lucassen vond opereren eigenlijk maar ‘saai’ en ook als huisarts vond hij niet zijn roeping. Als anesthesist vond hij het wél: “Het werk is heel afwisselend en je helpt patiënten heel direct door hun pijn te verlichten.” Niet alleen prettig voor de patiënt, maar ook belangrijk: “Pijn kun je niet los zien van het herstel. Pijn beperkt de functie van de knie. Neem je de pijn weg, kunnen mensen sneller herstellen.”

Orthopeed Simen Hokwerda wist al heel snel dat ‘de knie’ zijn hobby werd. Een mooi gewricht waar je als chirurg veel mee kan doen, van kijkoperatie tot protheseplaatsing. En: “Je kunt heel veel betekenen voor mensen. Een prothese plaatsen in het kniegewricht betekent niets minder dan dat mensen weer door kunnen gaan met het leven dat door de pijn is weggenomen.”

Het samenspel tussen orthopeed en anesthesist is van groot belang: de één doet wat er moet gebeuren, namelijk het vervangen van de versleten knie. De ander zorgt ervoor dat de patiënt daar zo min mogelijk van voelt. Of, zoals Gerard het zegt: “De orthopeden zijn de aanvallers, wij anesthesisten de verdedigers.”

Waarom is de pijn bij een knieoperatie zo hevig?

Dr. Hokwerda: “Het kniegewricht is zeer complex en heel belangrijk in ons dagelijks leven. Of je nu zit, staat, of loopt, onze knie buigt, draait en draagt ons gewicht. Als de knie versleten is, is het goed mis; de pijn kan dan letterlijk invaliderend zijn. Even koffie zetten is dan al een ontzettend zware taak.

Met een knieprothese kunnen we gelukkig de pijn wegnemen en de functie van de knie grotendeels herstellen. Maar: daarvoor moeten we wel behoorlijk ingrijpen. Bij zo’n belangrijk en gevoelig gewricht kan het niet anders dan dat de patiënt dat voelt, vooral in de eerste week na de operatie. Tegelijkertijd is oefenen in die eerste week heel belangrijk voor de functie van de knieprothese. Oefen je niet of te weinig, blijft de knie stijf.”

Waar begint dan het werk van de anesthesist?

Dr. Lucassen: “Wij zien de patiënt voor het eerst op het pre-operatief spreekuur. Dan controleren wij of de patiënt de verdoving tijdens de operatie aankan. We kijken bijvoorbeeld naar het hart, de longfunctie en of de patiënt al medicijnen gebruikt. Zo zorgen we ervoor dat de operatie zo veilig mogelijk verloopt.

Vervolgens zijn wij de patiënt in de operatiekamer. Vroeger gingen mensen bijna altijd onder volledige narcose, nu gaat het meestal met een ruggenprik. Dat is beter omdat er veel minder kans is op bijwerkingen of complicaties. Vooral bij oudere mensen, wat kniepatiënten meestal ook zijn, zien we bij een ruggenprik minder verwardheid dan met een algehele narcose.

Ook na de operatie gaat ons werk door; kniepatiënten zijn een ‘lastige’ groep omdat ze veel pijn hebben terwijl ze direct moeten beginnen met oefenen. Maar: de pijn beperkt. Daarom krijgen ze van ons in eerste instantie direct na de operatie een prik in hun lies. Daardoor nemen we direct de ergste pijn weg. Daarnaast krijgt men een pijnpompje met morfine, waar ze zelf de controle over hebben. Natuurlijk kunnen ze zichzelf nooit een overdosis geven, maar wel hun pijn wat verlichten. Na de operatie is het belangrijkste en tegelijkertijd ook het lastigste om de juiste balans te vinden tussen verdoving en beweging; verdoof je te weinig hebben patiënten teveel pijn om te oefenen, geef je teveel zijn ze te suf om te oefenen. Maar daar zijn we natuurlijk specialist voor; wij zorgen ervoor dat de balans precies goed is. Het is de kunst om met zo min mogelijk pijnstilling de patiënt zo snel mogelijk weer op de been te krijgen.”

Zijn mensen bij bewustzijn tijdens de operatie wanneer zij een ruggenprik krijgen?

Dr. Hokwerda: “Als ze dat willen wel. Sommige mensen vinden dat natuurlijk wel een eng idee; je hoort toch allerlei geluiden achter het gordijn vandaan komen. We kunnen mensen daarom een ‘slaapje’ geven waardoor ze niet wakker zijn maar ook niet hoeven te ontwaken uit een zware narcose.

Anderen vinden het juist prima om wakker te zijn. Die kletsen gezellig met de anesthesist en voor ze het weten is de prothese geplaatst.”

Dr. Lucassen: “Laatst kreeg ik nog een brief van een patiënt. Die wilde me bedanken en sprak zijn verbazing uit over dat een operatie ook gezellig kan zijn. Overigens zijn er ook mensen die ervoor kiezen een koptelefoon met hun eigen muziek op te zetten. Dat is dus ook mogelijk. Het is net wat de patiënt zelf wil.”

Hebben mensen zelf ook angsten wat betreft pijnstilling?

Dr. Lucassen: “Soms zijn mensen bang voor verlamming. Dan vraag ik: bent u ook bang om met uw auto tegen een boom te rijden als u instapt? Die kans is namelijk veel groter. Dat stelt meestal wel gerust. We begrijpen die angst natuurlijk wel; je hoort allerlei indianenverhalen en vroeger ging het weleens mis na een volledige narcose. Tegenwoordig is de pijnstilling veel geavanceerder en we houden de nieuwste ontwikkelingen scherp in de gaten om nog te verbeteren waar we kunnen.”

Waarin onderscheidt het Antonius zich van andere ziekenhuizen?

Dr. Lucassen: “De prik in de lies om de ergste pijn na de operatie te stillen staat voorgeschreven in de literatuur. Maar het gebeurt lang niet in elk ziekenhuis. Wij doen dat dus standaard.”

Dr. Hokwerda: “Dit is een klein ziekenhuis waar veel ruimte is voor persoonlijke aandacht naast de hoogwaardige zorg die wij leveren. Dat horen we ook vaak van onze patiënten. Mensen kunnen hier zelfs Fries praten als ze dat willen. We verstaan het allemaal.”