Risico's en complicaties

Een operatie voor het implanteren van een knieprothese is inmiddels een vaak toegepaste en voorspelbare procedure die veilig en effectief is gebleken. Wereldwijd worden jaarlijks maar liefst 700.000 knieprothesen geïmplanteerd.

Patiënten hebben minder pijn en ervaren functieverbetering in vergelijking met hun toestand vóór de operatie. Het operatief vervangen van een kniegewricht is zelfs een van de succesvolste orthopedische ingrepen.

Net als bij andere operaties gelden echter ook hier de nodige risico's en bestaat de kans op complicaties. Deze komen zelden voor, en uw orthopedisch chirurg en medewerkers van de afdeling orthopedie, zullen er alles aan doen om deze complicaties te voorkomen.

Een aantal mogelijke risico's en complicaties zijn:

Anesthetische complicaties

Uw anesthesist zal mogelijke complicaties en de verschillende mogelijkheden van verdoving vóór de operatie met u doorspreken. Heeft u in het verleden complicaties ervaren met verdovingen, zorg dat u uw anaesthesist hiervan op de hoogte brengt.

Infectie

Na het plaatsen van een nieuw kniegewricht loopt een zeer klein percentage van de patiënten een infectie op. Dit kan een oppervlakkige infectie zijn, maar ook een diepe infectie rond de delen van de prothese. Diepe infecties kunnen tot ernstige complicaties leiden, waardoor de ziekenhuisopname verlengd wordt.

Behandeling van dergelijke infecties kan op verschillende manieren plaats vinden. U kunt via een infuus antibiotica toegediend krijgen, maar ook een operatieve ingreep kan noodzakelijk zijn om de wond te reinigen. Bij een diepe infectie kan uw orthopedisch chirurg besluiten de prothese geheel te verwijderen.

Infectie komt vaker voor bij diabetici, patiënten met reumatoide-artritis en bij patiënten met aandoeningen van het immuunsysteem.

Bloeduitstorting

Omdat de operatie meestal onder bloedleegte wordt uitgevoerd is het mogelijk dat na de operatie een bloeduitstorting met zwelling van het hele been onstaat. Dit is een normaal verschijnsel na een knieprothese en zal in de loop van enkele maanden weer verdwijnen. De zwelling kan worden tegengegaan door het dragen van een steunkous.

Beschadiging van bloedvaten en zenuwen

Meerdere bloedvaten en zenuwen lopen in uw omgeving van uw kniegewricht. Deze structuren lopen kans om uitgerekt of beschadigd te raken tijdens de operatie, dat slapheid en/of gevoelloosheid in delen van het geopereerde been tot gevolg kan hebben. Al het mogelijke wordt gedaan om dit te voorkomen.

Breuken

Breuken van het dijbeen, scheenbeen en/of de knieschijf komen soms voor tijdens de operatie, vooral als de botten zacht of broos zijn. Breuken kunnen ook ontstaan als u na de operatie hard valt. Meerdere chirurgische ingrepen kunnen nodig zijn om het probleem te verhelpen. Soms zijn extra implantaten nodig.

Wondcomplicaties

Ook wondnecrose (de wondranden zijn donker verkleurd) of een situatie waarbij de operatiewond steeds weer open gaat kan voorkomen. Om problemen op lange termijn te voorkomen dienen deze complicaties vroegtijdig te worden gesignaleerd en behandeld, door het gewricht operatief te reinigen of de wond opnieuw te hechten.

Trombose van diepgelegen ader

Het ontstaan van bloedstolsels in de aderen van de benen is een bekende complicatie. Al het mogelijke wordt gedaan om het ontstaan ervan te voorkomen.

Een voorzorgsmaatregel kan bijvoorbeeld zijn het toedienen van medicijnen (in tabletvorm of via een injectie) die het bloed verdunnen en de kans op stolsels verminderen.

Andere preventieve maatregelen zijn vroege mobilisatie (zo snel mogelijk uit bed), maar ook het dragen van elastische steunkousen.

Longembolie

Bloedstolsels die in de beenader ontstaan, kunnen soms losraken, meegevoerd worden in de bloedbaan en in de longen terechtkomen. Dit heet een longembolie. Dit is een ernstige situatie die zelfs een dodelijke afloop kan hebben. Al het mogelijke wordt gedaan om deze complicatie te voorkomen.

Vetembolie

Vet van het beenmerg kan in de bloedbaan terechtkomen en zelfs uw longen bereiken. Dit heet een vetembolie. Ook deze complicatie kan zeer ernstig zijn, al het mogelijke wordt gedaan om deze complicatie te voorkomen.

Doorliggen

Doorligplekken, vooral rond de hiel, kunnen al na 24 uur bedrust ontstaan. Neem daarom regelmatig de druk weg van uw hielen en zitvlak. Als u een brandend gevoel of pijn ervaart rond deze lichaamsdelen dient u het verplegend personeel hiervan op de hoogte te brengen.

Losraken

Uw knieprothese is een mechanisch werkend geheel en is daarom onderhevig aan wrijving en slijtage. Bijna alle knieprothesen functioneren echter 15 jaar na operatie nog naar volle tevredenheid. Dit geldt echter alleen bij normaal gebruik. Als de knieprothese overmatig wordt belast, zoals uitzonderlijk veel traplopen, rennen, hurken, en andere activiteiten met een grote belasting, kan de knieprothese vroegtijdig losraken. Als u rekening houdt met de belasting op uw knie door deze activiteiten te vermijden, dan heeft uw knieprothese een langere levensduur.

Stijfheid van het gewricht

U moet er rekening mee houden dat u na de operatie enige bewegingsbeperking ondervindt. Over het algemeen is het resultaat zodanig dat u uw knie voldoende kunt buigen om de meeste dagelijkse activiteiten te verrichten.

Het streven is om de knie minstens negentig graden te kunnen buigen. Indien uw kniegewricht dit niet haalt en uw orthopedisch chirurg niet tevreden is over het buigen van de knie, dan bestaat de kans dat u een verdoving krijgt om de beweeglijkheid van uw kniegewricht te vergroten. Dit noemt men een manipulatie. Indien noodzakelijk wordt deze meestal tussen de vier en acht weken na de operatie uitgevoerd.

Algemene medische problemen

Na een ingrijpende operatie kan een aantal algemene medische complicaties ontstaan. Gelukkig komen deze zelden voor. Degenen met een grotere kans op deze complicaties zullen van tevoren medisch worden onderzocht. Deze complicaties zijn; hartaandoeningen, beroertes, ingeklapte long, longontsteking, blaasinfecties, nieraandoening enzovoort.